Diëtisten Praktijk Christine Bonné

Koemelkeiwitallergie

Wat is koemelkeiwitallergie?

Bij zuigelingen is het darm epitheel ofwel de cellen van de darmwnd nog niet geheel volgroeid. Sommige kinderen waarbij er  sprake is van vormen van allergie bij een van de ouders kan het door"lekken" van lichaamsvreemde eiwitten leiden tot een allergische reactie. De zuigelingenvoeding wordt normaliter gemaakt op basis van koemelk. Er kan bij het in aanraking komen van deze eiwitfragmenten een allergische reactie in het lichaam van het kind optreden.

De allergische reactie 

De darmwand is dus eigenlijk een heel fijne filter. Bij zuigelingen zijn de gaatjes in dit ‘filter’ (de darmwand) nog te groot en wordt het koemelkeiwit nog onvolledig afgebroken, waardoor er te grote brokstukken eiwit uit de koemelk doorgelaten worden naar het bloed. Het lichaam van mensen met een allergische aanleg herkent deze grote brokstukken als ‘vreemd en ongewenst’ en gaat daartegen specifieke antistoffen vormen. Deze specifieke antistoffen hechten zich in het lichaam onder andere aan speciale cellen: de mestcellen.
Deze mestcellen komen overal in het lichaam voor, vooral in de huid en in de slijmvliezen van de luchtwegen en het maagdarmkanaal. Als de baby doorgaat met koemelk
drinken, hechten deze brokstukken eiwit zich aan de antistoffen op de mestcellen. De mestcellen worden daardoor actief en geven hun inhoud vrij aan de omgeving waardoor de baby klachten krijgt.

Welke klachten zouden kunnen wijzen op koemelkallergie?

De volgende klachten kunnen symptomen zijn van koemelkallergie:

Huid:

jeuk, uitslag, eczeem, galbulten (netelroos, urticaria), oedeem (ophoping van vocht in bijv. oogleden, lippen, mond of keel);


Luchtwegen:

astma, bronchitis, neus-/oogklachten;


Maagdarmstelsel:

braken, diarree of juist verstopping (obstipatie), kolieken (heftig schoppen met de beentjes), buikpijn, misselijkheid, weigeren van borst- of flesvoeding;


Andere klachten:

excessief huilen (huilbaby), groeivertraging, gedragsklachten, anafylactische shock.


Behandeling

Bij genoemde klachten is het aan te raden deze met de huisarts of consultatiebureauarts te bespreken en uit te zoeken of het om een koemelkallergie gaat. Zij hebben om tot de juiste diagnose te komen, afspraken gemaakt over hoe te handelen bij mogelijke voedselallergie. Deze afspraken hebben de consultatiebureauartsen vastgelegd in een soort stappenplan: ‘De landelijke standaard voor de diagnose en behandeling van voedselallergie bij zuigelingen op het consultatiebureau’. Ook de huisartsen hebben een dergelijke ‘standaard’.

Onderzoek naar koemelkallergie


vragen over het vóórkomen van allergische aandoeningen in uw familie (familieanamnese);
vragen over het dagelijkse voedingspatroon van moeder bij borstvoeding en voedingsschema van de zuigeling;
vragen over het verloop van de klachten;
eliminatie-provocatietest van koemelkhoudende zuigelingenvoeding of moeder, wie een periode een koemelkeiwit vrij dieet krijgt.


Dieet

Om te voorkomen dat de allergische klachten blijven bestaan is een correct en consequent
dieet de enige oplossing bij koemelkallergie. Bij zuigelingen wordt pas met bijvoeding gestart vanaf de leeftijd van 6 maanden, waarna volgens een opbouwschema elk nieuw voedingmiddels apart geïntroduceerd zal worden.  Op de leeftijd van 1 jaar zal opnieuw een provocatie worden uitgevoerd met koemelkeiwit. De meeste kinderen kunnen hierna gewoon koemelk verdragen. Bij koemelkallergie is altijd behandeling door een arts of specialist noodzakelijk.
Introductie van sterke allergenen (melk, ei, soja, tarwe, pinda, noten, vis, schaal- en schelpdieren, pitten en zaden) na overleg met de behandelend arts en diëtiste. Voor ei, pinda en schaal- en schelpdieren wordt aangeraden om deze pas na de tweede verjaardag te geven.


Borstvoeding, waarbij de moeder een hypoallergeen dieet volgt.

Een zuigeling kan koemelkallergie ontwikkelen ondanks dat de baby borstvoeding krijgt. In borstvoeding kunnen kleine hoeveelheden eiwitten uit de voeding van de moeder voorkomen, bijvoorbeeld koemelkeiwit. Deze kleine hoeveelheden zijn soms in
staat een allergie te veroorzaken bij de baby doordat het afweersysteem specifieke antistoffen gaat maken tegen het koemelkeiwit (zie eerder). Als de baby weer in contact komt met deze kleine brokjes koemelkeiwit, treden er klachten op. Dat kan dus ook gebeuren tijdens het geven van borstvoeding, maar soms treedt de eerste reactie pas op als het kind met flesvoeding begint.


Wat is een hypoallergene melkvervanger?

Bij hypoallergene melkvervangers zijn de (koemelk)eiwitten gehydrolyseerd (voorverteerd). Ze zijn als het ware in kleine stukjes geknipt, zodat het afweersysteem ze niet als koemelk-eiwitbrokstukjes herkent en daarom ook geen specifieke antistoffen aanmaakt. De mestcellen zullen niet reageren en hierdoor treden er geen allergische klachten meer op.


Welke hypoallergene melkvervangers zijn er?

partieel hydrolysaat (deels voorverteerd, bedoeld voor preventie; niet geschikt voor behandeling);
sterk hydrolysaat op basis van wei-eiwit;
sterk hydrolysaat op basis van caseïne;
losse componenten (vrije aminozuren, de kleinst mogelijke eiwitbrokstukken).


Vergoeding van hypoallergene melkvervangers

Bij bewezen koemelkallergie worden de kosten van de hypoallergene melkvervangers voor kinderen tot en met de leeftijd van twee en een half jaar vergoed. De arts of de diëtist moet hiervoor vooraf een machtiging aanvragen bij de ziektekostenverzekeraar. De koemelkallergie moet bewezen zijn door middel van een eliminatie-provocatietest. Slechts in uitzonderlijke gevallen (bij een dreigende anafylaxie) wordt hiervan afgeweken.


Dieetmaatregelen voor oudere kinderen en volwassenen:

Vermijd het gebruik van koemelk en voedingsmiddelen waarin koemelk verwerkt zit;
Maak hiervoor gebruik van een dieetlijst van uw diëtist en een merkartikelenlijst;
Gebruik op advies van de arts en onder begeleiding van een diëtist een hypoallergene melkvervanger hierb geschikt voor oudere kinderen en volwassenen of een aanvulling van vitaminen en mineralen;
soja, dat zelf ook een allergeen product is, kan vanaf de leeftijd van één à twee jaar bij veel (maar niet bij alle) kinderen en volwassenen vaak wel als melkvervanger worden gegeven in de vorm van speciale sojamelk.

Sojamelk en geitenmelk

Vroeger werd bij koemelkallergie een voeding op basis van sojamelk voorgeschreven.
Daar is men van teruggekomen, omdat veel kinderen met koemelkallergie ook allergie voor soja kunnen ontwikkelen. Soja is een sterk allergeen en soja-allergie is vaak hardnekkiger dan allergie voor koemelk. Voeding op basis van geitenmelk is geen alternatief, omdat de samenstelling van geitenmelk niet volwaardig genoeg is. Verder kunnen kindeeren voor gietenmelk ook een allergie ontwikkelen. 


Lactose-intolerantie

Koemelkallergie moet niet verward worden met lactose-intolerantie. Dat zijn twee heel verschillende aandoeningen, hoewel lactose (melksuiker) ook in koemelk voorkomt en ook klachten van het maagdarmkanaal kan veroorzaken (maar geen klachten van luchtwegen of huid).