Diëtisten Praktijk Christine Bonné

Voedingsadviezen bij IBS klachten

 

Wat is IBS

Irritable Bowel Syndrome wordt ook wel prikkelbare-darmsyndroom of spastisch colon (dikke darm) genoemd. De diagnose is vaak moeilijk te stellen en gebeurt voornamelijk door navraag naar de symptomen en het klachtenpatroon:
aard, welke klachten
duur, hoe lang houden de klachten aan en wanneer treden deze op
lokalisatie, waar in de buik wordt de klacht gevoeld.

Welke klachten

Het klachtenpatroon kan bestaan uit een enkele soort klacht of een combinatie ervan:
–een afwijkend, vaak wisselend defecatiepatroon (ontlasting maken)
 De defecatiestoornissen uiten zich door afwisselende perioden van obstipatie (met onder andere harde ontlasting,  moeilijke defecatie, gevoel van incomplete lediging) en diarree. Als bijkomende klachten kunnen een opgeblazen  gevoel, gasophoping, flatulentie, slijmvorming, opgezette buik en darmrommelingen optreden;
– (chronische) buikpijn
 Typisch voor het syndroom is dat de buikpijn toeneemt na de maaltijd, vóór defecatie en tijdens of na een  stressvolle periode;
–misselijkheid, braken, slikklachten/brok in de keel.
 De peristaltiek (= darmbeweging waardoor de inhoud verder doorschuift) van de darm is afwijkend. Het is van belang  de soort vezel die wordt geadviseerd aan te passen op de klachten.

Voedingsanamnese

Bij het afnemen van de voedinganamnese is het van belang om er achter te komen welke voeding de bovenstaande klachten kunnen veroorzaken. Ook psychosociale  aspecten zoals werk, stress, regelmaat, gezinssituatie, rook- en alcoholgebruik, spelen een rol in de mate waarin klachten kunnen voorkomen.

Voedingsadvies

Rekeninghoudend met bovenstaand is het dieet gericht op:
 *regelmatig eten, sla vooral het ontbijt niet over
 *rustig eten
 *goed kauwen
 *gezonde voeding volgens de Schijf van 5
 *gasvorming vermijden (het gebruik van kauwgom; roken, met name pijp; drinken door een
  rietje; consumptie van bonbons, vers brood, geklopt eiwit, koolzuurhoudende dranken;
  (veel)praten tijdens het eten; het eten van peulvruchten, uien, kool, prei, knoflook)
 *laxerende producten vermijden (koffie, sorbitol, gedroogde geweekte pruimen en lijnzaad(olie))
 *voldoende vocht Minimaal 10 à 12 kopjes of glazen per dag bij 1,5 liter en 15 à 20 kopjes per
  dag bij 2 tot 2,5 liter. Geschikte dranken zijn bijvoorbeeld water, thee, koffie (met mate),
  water). Grote hoeveelheden vruchtensap, koolzuurhoudende dranken, melk en sterke
  thee en koffie kunnen klachten zoals een vol gevoel of gassen geven.
 *voldoende vezels, gemiddeld 10 tot 15 gram per dag boven de hoeveelheid voedingsvezels in
  de anamnese. Het is aan te raden de hoeveelheid vezels geleidelijk op te voeren.

Voedingsvezelverrijkt.

In de eerste plaats door gebruik van voedingsvezelrijke producten (plantaardige producten die van nature rijk zijn aan vezels):
• volkorenbrood, roggebrood, volkoren knäckebröd;
• havermout, muesli, grutten, volkorenmeel;
• zilvervliesrijst, volkoren macaroni en spaghetti;
• peulvruchten zoals bruine bonen, witte bonen, capucijners en linzen;
• alle groenten, rauw en gekookt;
• alle soorten vers fruit, bij voorkeur met schil;
• gedroogde vruchten zoals pruimen, rozijnen, krenten en vijgen;
• noten, pinda’s, sesamzaad, lijnzaad;
• volkoren koeken, volkorenbiscuit, ontbijtkoek met rozijnen.

In de dagelijkse praktijk blijken klachten ook veroorzaakt te kunnen worden door de volgende producten
– paprika, koolsoorten, ui, prei, knoflook, nieuwe aardappelen, komkommer;
– peulvruchten;
– meloen;
– grote hoeveelheden eiwitbevattende producten;
– verhitte vetten;
– grote hoeveelheden koolhydraten (vooral suiker en suikerhoudende producten, fruit en vruchtensap en
  meelspijzen);
– koffie;
– bier;
– melk en kaas;
– noten;
– vezelhoudende producten (met name in de eerste weken bij verhoging van het vezelgebruik);
– drinken tijdens het eten;
– likeur.
De klachten als gevolg van de consumptie van genoemde producten verschillen per individu.
 

Leefstijladviezen

Behalve voeding kan er in het dagelijks leven op een aantal andere zaken gelet worden:
- neem de tijd voor het toilet bezoek, evt de voeten op een laag krukje voor een goede houding
- regelmatig bewegen
- zorg voor een goed gewicht
- vermijd stress, spanningen
- bij wisseldiensten, het eet en leefpatroon aanpassen aan het wisselende nacht-dagritme
- geen gebruik maken van laxeermiddelen